op een verlosser van het kwaad

Waarvan we diep vanbinnen weten

Dat als Hij voor ons staat

We hebben geen schijn van kans

Verborgen verdorven, diep vanbinnen lost

En toch een hunkering naar de schepper

Een moedeloos geroep naar thuis

Een weten dat wij het niet zelf kunnen

Want zelfredzaamheid is eenzaam en slap

De hoogstmoedigen zullen het Koninkrijk niet beërven

De goeien zijn niet half zo goed

Als de vlam van het ultieme licht

Waarom hopen we op die verlosser

Als we uitgaan van onze eigen werken

De ware genade

Zit ‘m in het erkennen van de vuilheid van onszelf

Wij, die het niet konden

Hij, die opstond van de dood, van het kruis